Mantelzorgers raken vaak overbelast

25-06-2014
UTRECHT Mantelzorger van dementen raken overbelast. De helft voelt zich zwaar belast en ruim één op de tien zegt zeer zwaar of zelfs overbelast te zijn. Dat blijkt uit de tweejaarlijkse Dementiemonitor Mantelzorg van Alzheimer Nederland die vandaag verschijnt. Voor de monitor zijn ruim drieduizend mantelzorgers bevraagd. Volgens onderzoeker Wendy Werkman van Alzheimer Nederland zal de druk alleen maar toenemen voor mensen die voor hun naaste zorgen. ,,Het beleid is erop gericht dat mensen langer blijven thuis wonen. Mensen met dementie komen pas in aanmerking voor een plek in een zorginstelling als het echt niet meer gaat. De zorg wordt zwaarder.’’ Op dit moment zorgen 300.000 Nederlanders voor hun demente naaste. Totaal zijn er 264.000 mensen
met dementie. Daarvan woont 70 procent thuis. Vier op de tien dementen zijn alleenstaand. De mantelzorgers geven gemiddeld 20 uur perweek zorg, 23 procent neemt zelfs dagelijks de zorg op zich. Bijna een derde heeft daarnaast een baan of een eigen bedrijf. Veel mantelzorgers vinden de zorg niet alleen lichamelijk zwaar, maar vooral ook emotioneel. Ze hebben het gevoel er alleen voor te staan, ze zorgen dag en nacht voor hun naaste met dementie en de situatie laat hen nooit los. Vooral mantelzorgers van wie de naaste nog thuis woont, denken de
zorg minder lang te kunnen volhouden. De helft van de ondervraagden zegt behoefte te hebben aan ondersteuning
vanuit de gemeente. Tegelijkertijd blijkt een op de drie mantelzorgers het WMO-loket (wet maatschappelijke ondersteuning) van de gemeente niet te kennen. Werkman: ,,Dat is een punt van zorg. De dagopvang is belangrijk om de mantelzorger te ontlasten. Maar als je niet weet dat je die hulp via de gemeente kunt regelen, wordt het
lastig.’’ Gemeenten zijn nu al deels verantwoordelijk voor de ondersteuning van mensen met dementie, maar vanaf volgend jaar is die rol alleen maar groter. Dan behoren de dagbesteding en dagopvang ook tot hun takenpakket.
Van de ondervraagde mantelzorgers heeft slechts 30 procent in de afgelopen twaalf maanden contact gehad
met het WMO-loket. Vaak gaat het dan om praktische zaken als het regelen van hulp bij het huishouden
of van vergoeding voor vervoerskosten.

Bron Dagblad van het Noorden 240614, Laura Schalkwijk

Terug naar het nieuwsoverzicht